De installatie van een waterontharder is voor een ervaren monteur routinewerk: gemiddeld twee tot drie uur. Toch gaat het in de praktijk regelmatig mis, meestal op dezelfde punten. Hieronder wat er precies gebeurt, wat er volgens de regels bij hoort en waar je op moet letten als je offertes vergelijkt.
Waar komt het toestel te staan?
Een ontharder moet achter de watermeter komen, op het punt waar het water je huis binnenkomt. Alles wat ná de ontharder zit, krijgt zacht water. Er zijn vier plekken die in Nederlandse woningen het vaakst voorkomen:
- Meterkast — de meest voorkomende plek. Je hebt ongeveer 26 cm vrije breedte nodig; ons M12-model is 24 cm breed en daarvoor ontworpen.
- Kruipruimte — ruim en uit het zicht, maar het moet vorstvrij zijn en het toestel moet op een tegel of plateau staan, niet op zand.
- Gangkast, bijkeuken of garage — comfortabel werken en makkelijk zout bijvullen.
- Onder de keukenkast — kan, maar let op de hoogte en op de bereikbaarheid van de zoutbak.
Belangrijk in alle gevallen: er moet een afvoer in de buurt zijn voor het spoelwater, en een geaard stopcontact.
Stap voor stap
- Water afsluiten en aftappen. De hoofdkraan gaat dicht en het leidingdeel waar we werken wordt afgetapt.
- Bypass plaatsen. Dit is het belangrijkste onderdeel dat regelmatig wordt overgeslagen bij goedkope installaties. Met een bypass kun je het toestel er met één handeling tussenuit zetten — bij onderhoud, bij een storing of als je een keer hard water nodig hebt — zonder dat je huis zonder water komt te zitten.
- Keerklep monteren. Verplicht volgens de Waterwerkbladen: er mag geen water vanuit je installatie terugstromen naar het openbare drinkwaternet.
- Afvoer aansluiten. De spoelwaterslang gaat met een vrije uitstroom (onderbreking) op de afvoer, zodat er nooit rioollucht of water terug kan komen. Ook de overloop van de zoutbak wordt aangesloten.
- Vullen en spoelen. Het toestel wordt gevuld, ontlucht en doorgespoeld; de eerste regeneratie draaien we ter plekke.
- Hardheid instellen. We meten je ingangshardheid en stellen de resthardheid in, meestal rond 6 tot 8 °dH — niet op nul.
- Uitleg en oplevering. Zout bijvullen, vakantiestand, wat te doen bij een storing. We laten een kaartje met je instellingen achter in de meterkast.
Wat je zelf moet regelen
- Ruimte vrijmaken bij de watermeter of op de plek waar het toestel komt.
- Toestemming van de verhuurder als je huurt. Een ontharder is een ingreep in de waterinstallatie; woningcorporaties stellen daar voorwaarden aan. Wij vragen hier standaard naar vóór we langskomen.
- Bij een VvE: als de hoofdaansluiting in een gemeenschappelijke ruimte zit, heb je toestemming van de VvE nodig.
- Iemand thuis tijdens de installatie, en de hele dag toegang tot de meterkast.
Mag ik het zelf doen?
Technisch kan het, en er is geen wet die het je verbiedt in je eigen woning. Maar drie dingen om te weten: je werkt aan de drinkwaterinstallatie en daar gelden de Waterwerkbladen voor (keerklep, vrije uitstroom); bij waterschade kan je verzekeraar vragen wie het heeft aangesloten; en je hebt bij een zelf gemonteerd toestel doorgaans alleen fabrieksgarantie op het apparaat, niet op de installatie.
Bij ons geldt de garantie op toestel én montage, en is er één partij verantwoordelijk als er iets lekt.
Na de installatie
De eerste dagen kan het water iets anders aanvoelen — gladder onder de douche, en je gebruikt merkbaar minder shampoo en wasmiddel. Dat is normaal. Zout bijvullen doe je afhankelijk van je verbruik twee tot vier keer per jaar; het toestel geeft zelf aan wanneer.
Installatie inplannen Hoe een ontharder werkt
Vragen over dit onderwerp? Bel 06 26 64 50 98 of vraag vrijblijvend een meting aan.
Lees verderWat merk je in huis van zacht water?
Minder schoonmaakmiddel, zachtere was, schone glasplaat en langer meegaande apparatuur. Wat realistisch is en wat overdreven wordt.